Soigneur

*met liefde voor racefietsen.

Recente tweets

ge'liked op Tumblr

More liked posts

En De Muur bleef leeg

door Thijs Zonneveld // Soigneur

Terugkijkend op de klassiekers..



En toen gebeurde er niets. Niemand keek reikhalzend naar de bocht. Niemand schreeuwde ‘daar komen ze!’. Er cirkelde geen helikopter. Er scheurden geen motoren langs. De auto van Ro-da-ni-áááááá reed niet langs. En er was geen renner te bekennen. Leger dan op deze zondag was De Muur nog nooit geweest.

…More

Posted on Sunday, May 6th 2012

Tags Thijs Zonneveld De Muur de Muur van Geraardsbergen Ro-da-ni-áááááá Femke Hoogland soigneuroise Klassiekers

Babbelen en peddelen

door Femke // Soigneur

Een racefietsplatform opzetten vergt conditie. Echt waar. Ik ben er achter gekomen dat men in deze wereld graag op de fiets afspreekt. Babbelen en peddelen. Wil je dus echt meedoen, dan behoor je zelf ook te fietsen.. en niet 5 keer per jaar en alleen met mooi weer, maar gewoon, echt, met regelmaat. Dus ik heb me voorgenomen om precies dat te doen. Fietsen om te kunnen babbelen.

…More

Posted on Saturday, December 3rd 2011

Tags Femke Hoogland Soigneur Soigneuroise Wielrennen Racefietsen Peddelen

STIPHOUTdoor Femke // SoigneurIn de naam van research stappen collega en ik ergens in juli  met camera en een scala aan lenzen de auto in. Op naar Stiphout. Mijn  eerste criterium. Het voelt fijn om iets wielren-actiefs te doen. Na de  finish van de Tour loop ik een beetje met een wielergat rond. We  besluiten het last minute, want soms weet je pas dat je gaat, als je  echt gaat. Op de valreep kan ik nog twee perskaarten regelen. High van grootstedelijke naïviteit rijden we naar ons doel. Het wielerwereldje is behoorlijk toegankelijk, dus wij gaan daar  wel eventjes een mooie portretserie maken van de profronderenners.  Wat een deceptie. We parkeren de auto op een groen knollenveld en betalen de vrolijke  Brabantse om erop te letten. In plaats van intuïtie gebruiken we de  iPhone om de weg te vinden. We verdwalen en belanden in de prefab  villawijk van Stiphout. Na een behoorlijke omweg vinden we eindelijk de  gymzaal waar we onze perskaart kunnen ophalen. Op naar het parcour. Ik verwacht veel. Het valt tegen. Een dorp met daar  dwars doorheen een hek dat onderbroken wordt door oversteekplekken beheerd door fanatieke vrijwilligers. Orde en gezag in  Brabant. Overal staan kraampjes, podia en frietcaravans. Wat veel  volk. Weg hier. Ik wil foto’s schieten.
Daar sta ik dan tussen al die ons-kent-ons-sportwieler-types. Een  grote plastic perskaart bungelt om mijn nek. Opeens voel ik me heel  ongemakkelijk. Geen renner die me aankijkt, behalve de nog groene Rob  Ruijgh, arme jongen, hij wordt bijna onder de voet gelopen door ‘ons’.  Elke keer als er een renner aankomt ontstaat er een grote run. De hele  groep naar daar. Soms komen er een twee renners tegelijkertijd aan,  eentje vooraan, eentje achterin. Dan rennen we alle kanten op, pers en  fans door elkaar. Het lijkt wel of mijn doel het rennen op zich is. Dan  hoor ik; “daar is Andy!” Die moet ik hebben! Ik trek een sprint. Bij het  hek worden de fans van de pers gescheiden. Dat scheelt. Maar wat nu? Ik  sta naast Andy. En maar foto’s maken, maar ja, hoe vaak wil je iemand  fotograferen die je niet aankijkt? Wat is dit ingewikkeld zeg. Hij is zo  dichtbij, en zo ver weg. Mijn hoofd loopt over; “bij wie moet ik zijn  om zijn portret te kunnen schieten? Waar is zijn manager? Wie regelt het  hier? Moet ik dat aan hemzelf vragen?” Help! Ik verzuip in die verdomde  toegankelijkheid. Pers zijn is helemaal niet leuk. Ik wil de tijd  nemen, aandacht geven en krijgen… mooi beeld schieten. Dit was een  slecht plan. Ik geraak in het groeiende besef van mijn amateuristische  onvoorbereidheid. Ik ben gewoon een fan met een dure camera.
Uw Soigneuroise,Femke

STIPHOUT
door Femke // Soigneur


In de naam van research stappen collega en ik ergens in juli met camera en een scala aan lenzen de auto in. Op naar Stiphout. Mijn eerste criterium. Het voelt fijn om iets wielren-actiefs te doen. Na de finish van de Tour loop ik een beetje met een wielergat rond. We besluiten het last minute, want soms weet je pas dat je gaat, als je echt gaat. Op de valreep kan ik nog twee perskaarten regelen.

High van grootstedelijke naïviteit rijden we naar ons doel. Het wielerwereldje is behoorlijk toegankelijk, dus wij gaan daar wel eventjes een mooie portretserie maken van de profronderenners.

Wat een deceptie.

We parkeren de auto op een groen knollenveld en betalen de vrolijke Brabantse om erop te letten. In plaats van intuïtie gebruiken we de iPhone om de weg te vinden. We verdwalen en belanden in de prefab villawijk van Stiphout. Na een behoorlijke omweg vinden we eindelijk de gymzaal waar we onze perskaart kunnen ophalen.

Op naar het parcour. Ik verwacht veel. Het valt tegen. Een dorp met daar dwars doorheen een hek dat onderbroken wordt door oversteekplekken beheerd door fanatieke vrijwilligers. Orde en gezag in Brabant. Overal staan kraampjes, podia en frietcaravans. Wat veel volk. Weg hier. Ik wil foto’s schieten.

Daar sta ik dan tussen al die ons-kent-ons-sportwieler-types. Een grote plastic perskaart bungelt om mijn nek. Opeens voel ik me heel ongemakkelijk. Geen renner die me aankijkt, behalve de nog groene Rob Ruijgh, arme jongen, hij wordt bijna onder de voet gelopen door ‘ons’. Elke keer als er een renner aankomt ontstaat er een grote run. De hele groep naar daar. Soms komen er een twee renners tegelijkertijd aan, eentje vooraan, eentje achterin. Dan rennen we alle kanten op, pers en fans door elkaar. Het lijkt wel of mijn doel het rennen op zich is. Dan hoor ik; “daar is Andy!” Die moet ik hebben! Ik trek een sprint. Bij het hek worden de fans van de pers gescheiden. Dat scheelt. Maar wat nu? Ik sta naast Andy. En maar foto’s maken, maar ja, hoe vaak wil je iemand fotograferen die je niet aankijkt? Wat is dit ingewikkeld zeg. Hij is zo dichtbij, en zo ver weg. Mijn hoofd loopt over; “bij wie moet ik zijn om zijn portret te kunnen schieten? Waar is zijn manager? Wie regelt het hier? Moet ik dat aan hemzelf vragen?” Help! Ik verzuip in die verdomde toegankelijkheid. Pers zijn is helemaal niet leuk. Ik wil de tijd nemen, aandacht geven en krijgen… mooi beeld schieten. Dit was een slecht plan. Ik geraak in het groeiende besef van mijn amateuristische onvoorbereidheid.
Ik ben gewoon een fan met een dure camera.

Uw Soigneuroise,
Femke

Posted on Friday, November 18th 2011

Tags Femke Hoogland Rob Ruijgh Soigneur Wielrennen criterium racefietsen soigneuroise stiphout Andy Schleck

PRINSENdoor Femke // Soigneur
Ik vind wielrennen dus echt mooi, maar wat dan precies, dat weet ik niet zo goed. De wedstrijduitslagen boeien me niet. De pakken met al die logo’s vind ik simpelweg lelijk. De renners zijn te dun en ik kan nog geen tien Tourwinnaars opsommen. Maar wat is het dan? Is het het fietsen zelf? Hm. Ja, ik vind het wel leuk… als ik het doe dan. Want dat is zelden tot nooit. Maar ik ben trots als een pauw op mijn Fausto Coppi. Het is een schoonheid. Ik schep er graag over op. En als ik dan ga, dan brengt hij me met verbazend zachte slagen naar waar ik heen wil. En terug.. ik kom altijd weer gelukkig thuis. Maar dat is het niet. Daarvoor fiets ik echt te weinig. Het is abstracter dan dat. Ik denk dat ik in de categorie ‘liefhebber’ val. Wat ik namelijk prachtig vind aan wielrennen zijn de verhalen. Het is pure heroïek. De sport is eigenlijk niet gemaakt voor gewone mensen, tenminste, zo zie ik het graag. Wielrennen is voor vedettes die pijn kunnen lijden. Afzien. Kapotgaan tot ze bijna sterven en dan op die (voor mij) mysterieuze tweede, derde, vierde adem alsnog hun queeste afmaken. En ik geloof ze ook zo graag, de verhalen, ik vreet het met huid en haar. Nu moet ik toegeven, ik heb een lichte neiging naar adoratie. Ik doe het graag. Het behaagt mij om iemand op een voetstuk te zetten. Geen idee waarom, het is nou eenmaal zo. Misschien is het een soort vertaling van het verlangen naar de prins op het witte paard die natuurlijk geheel weggeëmancipeerd is (en terecht). Hoe dan ook. Ik heb helden nodig. En ziedaar de link met wielrennen. Hier heb je ze hoor, rijen dik. Pelotons vol. Allemaal overlevenden van hun eigen oorlogen. Overwinnaars van onmetelijke pijnen. Gretige strevers naar dat onbereikbare ‘altijd maar doorgaan’. Goed. Ik draaf door (weer zo’n eigenschap). Maar ik geloof dat ik ‘m zo wel heb kunnen omschrijven. Mijn liefde voor het wielrennen. Je moet me niet om uitslagen vragen. Aan de praktische details ben ik nog niet toegekomen, ik bleef hangen bij de romantiek. Maar hee, ooit weet ik vast wel wie er gewonnen heeft, of verloren.Uw Soigneuroise,Femke

PRINSEN
door Femke // Soigneur


Ik vind wielrennen dus echt mooi, maar wat dan precies, dat weet ik niet zo goed. De wedstrijduitslagen boeien me niet. De pakken met al die logo’s vind ik simpelweg lelijk. De renners zijn te dun en ik kan nog geen tien Tourwinnaars opsommen. Maar wat is het dan? Is het het fietsen zelf? Hm. Ja, ik vind het wel leuk… als ik het doe dan. Want dat is zelden tot nooit. Maar ik ben trots als een pauw op mijn Fausto Coppi. Het is een schoonheid. Ik schep er graag over op. En als ik dan ga, dan brengt hij me met verbazend zachte slagen naar waar ik heen wil. En terug.. ik kom altijd weer gelukkig thuis. Maar dat is het niet. Daarvoor fiets ik echt te weinig. Het is abstracter dan dat.

Ik denk dat ik in de categorie ‘liefhebber’ val. Wat ik namelijk prachtig vind aan wielrennen zijn de verhalen. Het is pure heroïek. De sport is eigenlijk niet gemaakt voor gewone mensen, tenminste, zo zie ik het graag. Wielrennen is voor vedettes die pijn kunnen lijden. Afzien. Kapotgaan tot ze bijna sterven en dan op die (voor mij) mysterieuze tweede, derde, vierde adem alsnog hun queeste afmaken. En ik geloof ze ook zo graag, de verhalen, ik vreet het met huid en haar.

Nu moet ik toegeven, ik heb een lichte neiging naar adoratie. Ik doe het graag. Het behaagt mij om iemand op een voetstuk te zetten. Geen idee waarom, het is nou eenmaal zo. Misschien is het een soort vertaling van het verlangen naar de prins op het witte paard die natuurlijk geheel weggeëmancipeerd is (en terecht). Hoe dan ook. Ik heb helden nodig. En ziedaar de link met wielrennen. Hier heb je ze hoor, rijen dik. Pelotons vol. Allemaal overlevenden van hun eigen oorlogen. Overwinnaars van onmetelijke pijnen. Gretige strevers naar dat onbereikbare ‘altijd maar doorgaan’. Goed. Ik draaf door (weer zo’n eigenschap). Maar ik geloof dat ik ‘m zo wel heb kunnen omschrijven. Mijn liefde voor het wielrennen.

Je moet me niet om uitslagen vragen. Aan de praktische details ben ik nog niet toegekomen, ik bleef hangen bij de romantiek. Maar hee, ooit weet ik vast wel wie er gewonnen heeft, of verloren.



Uw Soigneuroise,
Femke

Posted on Friday, November 11th 2011

Tags Racefietsen helden soigneur soigneuroise wielrennen Femke Hoogland