Soigneur

*met liefde voor racefietsen.

Recente tweets

ge'liked op Tumblr

More liked posts

Hemel

door Hans Stevens // Soigneur



Het is zondag één minuut over twaalf (12:01, 3:14 min.). Ik kan me niet herinneren dat ik de kerkklok heb horen slaan. Waar is die koster mee bezig? Of bestaan die niet meer, kosters? Wie trekt er dan aan de touwen tegenwoordig? Ik hou van kerkklokken, maar mijn St. Jozefkerk in Dongen is er niet meer, te gronde gericht door gemeenteambtenaren. Mijn rondje om de kerk dus ook niet meer.


Het is tijd om te vertrekken (Leaving time, 3:31 min.). Koga Miyata glimt. Mijn vader gaat ook mee. Hij vertelt me hoe ik dat fietscomputertje in moet stellen. Hij kocht het dertig jaar geleden, samen met zijn Koga Miyata, die nu mijn Koga Miyata is. Op de knopjes moet je hard drukken, anders doen ze het niet. Het voelt alsof ik het computertje van hem geleend heb, en ooit weer eens terug moet geven. “Pa, we gaan!” – “Ja, ik ben er, jongen!”.

We fietsen de stad uit. Voorbij de Galderse Meren. We verdwijnen (Disappear, 3:19 min.), en komen nooit meer terug! Het voelt goed maar vreemd om hier samen met hem te fietsen, in onze Raleigh- en Once-outfits. We hebben helemaal nooit samen gefietst zo, misschien daarom. Wel ernaar gekeken, naar het fietsen. Vooral de voorjaarsklassiekers, elke zondag in maart en april. Niet altijd vanaf dezelfde bank, maar vorig jaar wel. Toen streden we voor de tv allebei voor Lars Boom. Die zou er nog wel eentje gaan pakken voor het zover zou zijn, klasbak uit het veldrijden; daar waren ze beter af zonder (Better off without, 2:39 min.) hem, wisten wij. Helaas, Lars deed het nog niet.

(Niet vertelde mooitjes (Untold pretties, 3:44 min.) suizen door mijn hoofd, terwijl we Ulicoten voorbij stuiven. Het is verleidelijk om ze hier en nu neer te pennen. Mooie verhalen vanaf die bank van mijn vader. Maar ik zie ervan af, ze moeten onverteld blijven. Ze waren er wel.)

Bij Hoogstraten knallen we bijna op twee auto’s, die op hun beurt op elkaar geknald zijn. De mensen uit die auto’s staan erbij en kijken ernaar. Ze glimlachen, en vertellen elkaar anecdotes van wonderlijke gebeurtenissen, terwijl ze de schadeformulieren in vullen. Het is een sprookjesachtig mooie dag. We kijken even, maar laten de situatie en de schade achter ons (After the damage, 4:34 min.). We hebben dorst gekregen, en verlangen ernaar aan te leggen bij een terras van een voor het Belgische platteland typische uitspanning, waarover Michel Wuyts zo mooi kan vertellen.

Onze fantasie is beter dan de waarheid (Better than the truth, 3:04 min.) die we hier tegenkomen.  Het duurt nog vele kilometers voordat we ons kunnen zetten bij een boerderijachtig café in de buurt van Loenhout, en beginnen te drinken. We wanen ons Betty Ford (Betty Ford, 3:00 min.) aan het begin van haar alcoholverleden. Ze smaken ons goed, de Corsendonks, de Chimays, de Westmalles. We praten met elkaar, en beschouwen onze geliefde wielersport, en walging en afkeer strijden bij ons beiden om voorrang als we het hebben over het ramptoerisme van het USADA-rapport. Een tijdperk van depressie (Depression era, 3:52 min.) vangt aan, voor het wielrennen, maar ook voor onze thuisreis. We moeten nog terug naar Breda, en da’s nog zeker 25 kilometer.
We zien bliksem, en onweer van de hitte dondert in de verte (Heat lightning rumbles in the distance, 4:17 min.). We fietsen erheen. Niks geen melkzuur, niks wachten op het moment suprème! Voor mijn ogen danst een klein sterretje. Ik ga steeds harder, ik probeer het sterretje in te halen. Ik trap en ik fiets en ik ga. Ik waan me Erik Dekker bij zijn derde etappezege in de Tour de France van 2000 in Lausanne, sprintend, eerst tegen Mario Aerts, en net even later tegen het complete peloton met Erik Zabel voorop. Ik win! Ik hoor Mart Smeets tegen co-commentator Erik Breukink roepen: “Die Duitsers naast ons zitten te kijken. Ik mag niet lachen, of mag ik wel even lachen?” En Breukink: “Ja lach jij maar even!” Dan trekt een zwart vlak trekt zich op voor mijn ogen, en ik zie nog net het sterretje richting hemel  bewegen. ‘Kom terug, kleine ster!’ (Come back, little star, 5:01 min.) roep ik tegen beter weten in, en knal op een overstekend varken dat mij op zijn roze rug naar huis draagt.

Ik word vijftien dagen later wakker, en ik zie gladiolen. Koga Miyata staat te glimmen in de gang. Alles is goed, maar het fietscomputertje staat op een maximum gehaalde snelheid van 82 km/h. “Hemels!”, denk ik, en wil opstappen en vertrekken (Fifteen days (Leaving time again), 5:02 min.).

En nu iedereen op naar de platenwinkel om de nieuwe cd van Patterson Hood aan te schaffen!


Hans




Deze post verscheen ook op ikdoehetmyway.nl een website over mobiliteit

Posted on Tuesday, October 30th 2012

Tags Galderse Meren Hans Stevens en Soigneur Koga Patterson Hood rondje om de kerk ikdoehetmyway http://www.ikdoehetmyway.nl