Zondaglunch
door Hans // Soigneur

‘Geen hond op de weg’ is niet de goede uitdrukking, want het is juist een hond die mij vergezelt op een verder volledig verlaten weg. Hij loopt, met die karakteristieke schuine tred zoals alleen honden dat kunnen, netjes aan de kant van de weg. Geen huizen, geen bedrijven, dus ik vraag me af wat het beest hier doet. Hij lijkt erg doelbewust op weg. Een beetje alsof hij de bus heeft gemist. Alsof hij autopech heeft gekregen en te voet verder is gegaan. Hij steekt nog net z’n duim niet op als ik hem passeer. Integendeel, ik word volledig genegeerd. Niet dat dat me teleurstelt; ik word liever genegeerd door een loslopende hond dan niet.
Behalve deze lotgenoot is er dus niemand te bekennen. De rust wordt veroorzaakt door een in Frankrijk heilig tijdverdrijf: de lunch. En vandaag – het is zondag – is het middagmaal zo mogelijk nog heiliger. Het perfecte uur om te fietsen, want werkelijk iedereen zit aan tafel. Zeker wel een uur of twee. En omdat de culinaire cultuur bepaalt dat de spijzen dienen te worden weggespoeld met (bij voorkeur meerdere flessen) wijn, blijft het ook na tweeën nog stil. Dan liggen de meesten voor pampus, ergens in de schaduw, in een hangmat of gewoon in bed. Dat er tijdens de tweede helft van de middag wat meer Citroëns en Renaults dan gemiddeld door het land zullen rijden waarvan de bestuurders niet helemaal helder zijn, moet ik op de koop toenemen. Een verhoogd risico op een vroege, onnatuurlijke dood later vanmiddag is het prijskaartje dat hangt aan de rustige, autoloze wegen waar ik nu op fiets. Een wat wrange balans, maar goed.
Het is een intrigerend tijdstip. Fietsend door kleine dorpjes zie ik niemand. Maar achter gesloten luiken of dichte hoge heggen hoor ik het geluid van glazen, bestek en geroezemoes. Van dat oeverloze Franse geouwehoer. Je kunt trouwens vergif innemen op het onderwerp van gesprek aan Franse eettafels, het gaat vrijwel zonder uitzondering over eten. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren. In de schaduw van een boom stop ik en neem een hap van een mueslireep (‘reep’ is hier overigens een wat optimistische bewoording; door de hitte is elke structuur verdwenen waardoor ‘pap’ de best mogelijke omschrijving is van dat wat zich in het plastic wikkeltje bevindt). Overvallen door enige jaloezie kom ik tot de conclusie dat ik veel liever ook aan een mooi gedekte tafel zou zitten, mij tegoed doend aan zorgvuldig en liefdevol bereide regionale recepturen met verse streekproducten. Midden in een hunkering naar een glas koele witte wijn schudt de realiteit mij wakker. Mijn schema laat het niet toe, ik moet nog ver vandaag. Bovendien, als ik nu doorfiets, heb ik vanavond wellicht voldoende tijd om zelf ongegeneerd te dineren. Ik vervolg mijn weg en troost mezelf met de veronderstelling dat na gedane arbeid het genieten groter zal zijn.
Posted on Thursday, August 30th 2012

Notes