Hammertime
door Brend van der Horst // Soigneur

Het is vijf uur in de morgen als mijn wekker gaat. Meteen ben ik klaarwakker, de dag van de Marmotte is aangebroken. In het hotel hebben ze het er de hele week al nergens anders over. Ik weet totaal niet wat ik moet verwachten. Tuurlijk, er staan vier Alpencols op het programma, maar het wordt mijn eerste koers in de echte bergen. Terwijl ik richting het hotel loop voelt het alsof ik bekeken word, maar ik kan het gevoel niet plaatsen. Een beetje zenuwachtig werk ik wat brood en muesli naar binnen. Over twee uur gaan we los!
De man stond in het hoekje bij de bosjes. De lichtinval zorgde ervoor dat hij onzichtbaar was in de schaduw van de zon. Hij zag de renner zelfverzekerd richting het hotel lopen, waar het ontbijt zou worden geserveerd. Hij wist nu al dat die zelfverzekerde pas als sneeuw voor de zon zou verdwijnen in de komende uren.
De klok slaat vijf voor zeven als ik in het startvak voor de wedstrijdrijders arriveer. Om mij heen staan om en nabij de vierhonderd renners die allemaal met elkaar de strijd willen aangaan. Na het startschot stuur ik mijn fiets over de mat die mijn tijd via een chip gaat registreren. 0:00:00 en we zijn vertrokken voor 178 kilometer.
De renner schiet meteen naar voren, zo ziet de man vanuit zijn auto vlak na de rotonde. Nog net kan hij zien dat de renner mee schuift met een groepje dat weg wil rijden van het peloton. Nu al zijn eerste kruit verschieten, dat begint goed. Het maakt de klus van de man een stuk gemakkelijker.
Meteen als ik de eerste ferme stoten op de pedalen heb gegeven om bij ontsnappende groep te komen heb ik spijt. 178 kilometer voor de wielen en ik ga mee in de eerste kopgroep, maar ik kan niet meer terug. Dan maar volle bak overnemen en kijken waar het schip strandt. Dat schip strandt uiteindelijk net aan de voet van de Glandon, de eerste klim. Ik schaar me bij de eerste tien van het peloton en kom daar de volgende acht kilometer niet meer weg, dit gaat goed!
Een paar kilometer onder de top moet ik lossen uit de eerste groep. Toch kom ik nog op respectabele afstand boven op de Glandon. Snel vul ik mijn bidon en doe mijn windstopper aan, dan duik ik als een valk de afdaling in op zoek naar St. Jean de Maurienne. Eenmaal beneden ga ik voor het eerst eten. Een gelletje en een grote reep zijn het slachtoffer van mijn drang naar eten. Het is nu zo’n veertig kilometer door de vallei naar de voet van de Telegraphe, de tweede klim van de dag. Op de Telegraphe rij ik weg met een groepje van tien uit de tweede groep die compleet blijft tot de top, daar neem ik een welverdiende cola en een gelletje. Ik ben klaar voor de Galibier.
De renner strompelt richting de berm, waar hij zijn complete maaginhoud loost op het Franse grondgebied. Een beetje verwilderd stapt hij weer op de fiets, voor hem ziet hij de Galibier opdoemen, de monsterberg. Hij sukkelt naar de top, wordt door verscheidene renners ingehaald, hij is te ambitieus geweest. Maar dit is nog niet het moment waarop de man zal toeslaan, hij moet wachten… wachten op het perfecte moment.
Eenmaal boven op de Galibier zoek ik paniekerig naar de post van mijn hotel, ik moet wat eten! Tot mijn schrik kan ik de post nergens vinden en na vijf minuten zoeken hak ik de knoop door, ik moet verder. Zonder eten beland ik in de afdaling van de Galibier, maar ik voel de kracht met elke meter verder wegvloeien uit mijn benen. Ik verlies mijn scherpte en mis een paar keer bijna een bocht in de vijftig kilometer lange afdaling naar Bourg d’Oisans. Daar wacht Alpe d’Huez.
Als de renner bijna is aangekomen in de Bourg d’Oisans zie ik hem weeral wanhopig zoeken naar de post van zijn hotel, waar een etenszakje voor hem klaar ligt. Maar net als op de Galibier druipt de renner teleurgesteld af en moet zonder eten de Alpe d’Huez op. Tot bocht 17 gaat het goed, maar dan gaat de renner zwalken over de weg, hij is leeg, dit is hét moment.
Ik heb bijna geen besef meer van tijd of plaats, het enige waar ik me op focus is de bocht die voor me ligt. Het houdt me op de been maar langzaam merk ik dat ik steeds langzamer ga. Op een gegeven moment komt een supporter naast me lopen, hij blijft echter angstvallig stil. Het verbaast me dat hij me niet aanmoedigt. In mijn ooghoek zie ik hem iets vanachter zijn rug pakken, het is een hamer. Het zal toch niet, denk ik, maar tegelijkertijd voel ik een harde dreun op mijn rug en daarna nog een op mijn hoofd. Ik ben geveld door de man met de hamer en bereik gebroken de eindstreep in 7 uur en 11 minuten.
Posted on Friday, July 20th 2012

Notes