En De Muur bleef leeg
door Thijs Zonneveld // Soigneur
Terugkijkend op de klassiekers..
En toen gebeurde er niets. Niemand keek reikhalzend naar de bocht. Niemand schreeuwde ‘daar komen ze!’. Er cirkelde geen helikopter. Er scheurden geen motoren langs. De auto van Ro-da-ni-áááááá reed niet langs. En er was geen renner te bekennen. Leger dan op deze zondag was De Muur nog nooit geweest.
De Muur had vandaag vol moeten staan met mensen. Oude opaatjes met hun oor aan een transistorradiootje, kleine jochies met wielerpetjes, pubermeisjes met korte rokjes en de stiekeme hoop op een knipoog van Tom Boonen, dronkenlappen met een Trappist of drie teveel achter hun huig. Maar ze waren er niet. De Ronde van Vlaanderen ging vreemd, tientallen kilometers verderop, met een andere berg.
Beneden, op het dorpsplein van Geraardsbergen, was uit pure armoede een rommelmarkt georganiseerd. Op kleedjes en omgekeerde Chiquita Bananen-dozen stonden porseleinen hondjes uit het jaar nul, godallemachtig lelijke Mariabeeldjes en Bob Ross-schilderijtjes. Er waren ook videobanden te koop. Op de video van Pretty Woman stond een prijskaartje dat vijf keer was doorgestreept en naar beneden bijgesteld, maar ook voor 1 euro wilde niemand Julia Roberts kopen. Misschien kwam dat ook wel omdat er geen bezoekers op de rommelmarkt waren.
De enige die iets verkocht op het plein was de mevrouw van de mobiele frituur. ‘Twee saucissen en een broodke pens’, zei ze op de vraag hoeveel ze de afgelopen uren had omgezet. Ze haalde haar schouders op. Dat was niet veel, nee. De uitbaatster van Het Sportcafé tegenover de kerk was ook niet blij. ‘Normaal gezien is de eerste zondag van april de beste dag van heel het jaar. Maar nu…’ Ze keek om zich heen in het bijna lege café. ‘Nou ja, nu niet.’ Ze hoopte dat De Ronde ooit terug zou keren naar De Muur, maar ze dacht eigenlijk dat het nooit meer zou gebeuren. Ze wreef haar duim tegen haar wijsvinger. ‘Allez, het gaat allemaal om de centen, hè.’
Vanuit het dorpsplein liep een smal paadje omhoog. De kasseien lagen schots en scheef. De huisjes langs de kant waren nog schotser en schever. Raar wel – pas zonder die mensenmassa zag je pas dat dit deel van Geraardsbergen nou niet bepaald de rijkste buurt van het dorp was. Sommige huisjes waren nog geen twee meter breed en drie meter hoog. De krotjes bij de eerste bocht naar rechts waren onbewoond: de ramen waren dichtgetimmerd, de deuren hingen in de sponningen. En in de tuin was het verroeste raamwerk geparkeerd van iets dat vroeger een kinderwagen moest zijn geweest. Tegen een garagemuur die rook naar pis stonden twee versleten buitenbandjes. Ze zagen er zielig uit. Ooit hadden ze kilometers gefietst en de wereld gezien – maar nu waren ze achtergelaten als een hond aan een boom in een bos. Misschien zou iemand ze ooit meenemen. Misschien ook niet.
Aan een muurtje ter hoogte van de plek waar Fabian Cancellara Tom Boonen ooit vernederde hing een zwart-witfoto met mos erop. Op de foto stonden supporters op De Muur. Ze keken allemaal dezelfde kant op. Ze wachtten op iets wat komen zou. Reikhalzend. Hoopvol. Vroom. Wanneer de foto was genomen stond er niet bij. Het kon de Ronde van Vlaanderen van vorig jaar zijn, maar het kon ook zomaar die van 1982 zijn geweest. Of die van 1928. De kleding was tijdloos, de koppen van de mensen waren tijdloos, de blik in hun ogen was tijdloos. Er stond een man met een jarentachtigsnor links in beeld, maar daar kon je ook niets aan aflezen – jarentachtigsnorren zijn nog altijd in de mode in Vlaanderen. De tijd gaat hier nu eenmaal minder snel.
Op het steilste deel van De Muur liet een bejaard stelletje de hond uit. Ze leunden zwaar voorover om niet achterover te vallen. Ze trokken de hond vooruit; het beest wilde liever naar beneden. De man zei niets. De vrouw zei niets. De hond was stil.
Ergens kraste een kraai.
Vijftig meter onder de top lag een rouwboek. Daar kon je je condoleances voor De Muur in achterlaten. Voorbijgangers hadden er dingen in geschreven als ‘Het is godgeklaagd’ en ‘De Muur, De Muur, en niets dan De Muur.’ Op een groot spandoek stond ‘HIER IS DE RONDE THUIS’, en op een houten bordje de slogan ‘De Muur voor echte venten / Oudenaarde voor tenten en centen.’ Waarschijnlijk lag niemand daar wakker van in de nieuwe aankomstplaats Oudenaarde, maar het kon maar beter gezegd zijn. De Muur was verraden voor het geld.
Het grasveldje op de top was verlaten. Er hing maar één wielerliefhebber rond: de man aan het kruis. Naast de ingang van het Ons Lief Vrouwke-kapelletje stond een lijkkist die De Muur moest voorstellen. De kist was daar ‘s morgens vroeg naartoe gebracht door pro-Muur-demonstranten en de burgemeester van Geraardsbergen, na een treurmars vanaf het dorpsplein. De Muur was dood en bijna begraven.
Tegen de muur van het kapelletje hing een gedicht van wielerdichter Willy Verhegghe.
Rilling en razernij door het peloton
de Muur van Geraardsbergen staat
als een pantsercolonne van kasseien
te wachten en lacht zijn stenen bloot
Het was een mooi gedicht, maar dan wel eentje uit een ver verleden. De Muur lachte zijn stenen helemaal niet bloot vandaag. Het peloton rilde en razernijde ergens anders, hier ver vandaan. De renners reden rondjes rond de VIP-tenten van Oudenaarde tijdens een kermiskoers voor rijke meneren en mevrouwen. De Muur was De Muur niet meer, en De Ronde was De Ronde niet meer.
Om tien over vier bleven de klokken van het kapelletje stil. Voor het eerst in jaren. Er liep een traan over het gelaat van Ons Lief Vrouwke. De stenen van De Muur weenden stilletjes mee.
Thijs
————————————————————————————————————————————————
Klik hier voor meer foto’s
————————————————————————————————————————————————
En nu… Op naar de grote rondes!
Posted on Sunday, May 6th 2012
Tags Thijs Zonneveld De Muur de Muur van Geraardsbergen Ro-da-ni-áááááá Femke Hoogland soigneuroise Klassiekers

Notes